Meld u aan voor onze nieuwsbrief


Foto C9

RUIMTE VOOR VERENIGINGEN

,,We moeten blijven investeren in
onze sport- en andere verenigingen,
omdat ze zorgen voor plezier,
gezondheid en sociale samenhang.
Dat kost geld, en dat willen wij er voor
vrijmaken. Van de grote voetbalclubs
tot de kleinste vereniging . Het zijn
onmisbare schakels in onze gemeente.’’

1. De gezonde school.
Scholen worden gestimuleerd om het vignet Gezonde School aan te vragen. Bij de BSO wordt samengewerkt met sportverenigingen. Ook is er aandacht voor gezonde voeding. Het programma Ik Lekker Fit besteedt aandacht aan bewegen en voeding.
2. Waardering vrijwilligers.
Vrijwilligers bij (sport-)verenigingen verdienen waardering en ondersteuning van de overheid. Verenigingen krijgen een actieve continue ondersteuning bij het werven van vrijwilligers.
3. Toegankelijkheid.
Sportaccommodaties dienen toegankelijk te zijn voor minder-validen en ouderen. Deze doelgroep wordt soms vergeten, maar hoe langer ouderen en minder-validen blijven bewegen, hoe minder snel ze een beroep moeten doen op soms kostbare ondersteuning van de overheid.
4. OZB-vrijstelling. Geef sportverenigingen OZB-vrijstelling voor hun gebouwen.
Sportverenigingen dragen enorm bij aan allerlei maatschappelijke doelen. Een OZBvrijstelling
maakt het voor sportclubs eenvoudiger om die maatschappelijke doelen te
bereiken.
5. Taakveld WMO.
Maak sport tot één van de taakvelden van de WMO. Verantwoord sporten onder deskundige leiding heeft een positief effect op de volksgezondheid en zorgt zo voor lagere kosten binnen de WMO. Een sporter is op het werk productiever dan een niet-sporter.
6. Relatie welzijnswerk.
Koppel het buurt-, ouderen-, jongeren- en wijkgericht werk aan sportverenigingen en bepaal samen met de sportclubs beweegdoelen. Welzijnsinstellingen kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan een gezonde leefstijl. Een toernooi voor keetjongeren, een straatspeeldag voor kinderen, een wandeltocht voor ouderen, voorbeelden te over van activiteiten die door welzijnsinstellingen georganiseerd kunnen worden i.s.m. sportverenigingen.
7. Sportstimulerende omgeving.
Richt in woonwijken de omgeving in met sport- en beweegtoestellen en maak slimme / eenvoudige combinaties die bewoners uitdagen om te bewegen. Beweegvriendelijke wijken: uitnodigende beweegtoestellen stimuleren een gezonde leefstijl. Het aanbrengen van suggestiestrepen op voetpaden bijvoorbeeld laat zien dat kinderen daar hardloopwedstrijdjes gaan houden. Er is veel verantwoord aanbod. Samen met bijvoorbeeld woningbouwcorporaties en het bedrijfsleven kan er voor weinig geld veel gedaan worden aan bewegen in de buurt.
8. Wijziging bestemmingsplan.
Sportparken hebben nu nog de bestemming ‘sport & recreatie’. Verander die bestemming in ‘maatschappelijk’. Het maakt multifunctioneel gebruik van sportaccommodaties makkelijker, waardoor sportclubs meer kunnen bijdragen aan maatschappelijke doelen.
9. Zonnepanelen.
Zorg ervoor dat zonnepanelen op sportaccommodaties kunnen worden voorgefinancierd. Door een lager energiegebruik en dus lagere stroomkosten kunnen verenigingen de voorfinanciering terugbetalen. Gemeenten kunnen vanuit hun stille reserve voorfinancieren. Sportverenigingen hebben daarna een veel lagere energierekening. De winst kunnen de verenigingen gebruiken om de gemeente terug te betalen, daarna helpt deze winst de clubs bij het betaalbaar houden van hun sport.
10. Buurthuis van de toekomst.
Maak van sportkantines de buurthuizen van de toekomst. Er is geen enkele voorziening zo laagdrempelig als een sportpark. Gebruik deze sportparken als de nieuwe ontmoetingsplekken. Alle welzijnsinstellingen kunnen vanaf de sportparken de wijken eromheen bedienen. Mensen uit de wijk kunnen in hun vrijetijd sporten en vrijwilligerswerk doen op dat sportpark. Een mooier voorbeeld van sociale samenhang is niet te bedenken.
11. LED-verlichting.
Zorg ook dat lichtmasten met LED-verlichting op sportaccommodaties worden voorgefinancierd. Door een lager energiegebruik (en dus lagere stroomkosten) kunnen verenigingen de voorfinanciering terugbetalen. Gemeenten kunnen vanuit hun stille reserve voorfinancieren. Sportverenigingen hebben daarna een veel lagere energierekening.

De gemeente wordt naast jongerenwerk ook verantwoordelijk voor de jeugdzorg. Het CDA ziet lokaal jeugdbeleid als het startpunt voor het voorkomen van veel sociale problemen in de toekomst. Een goed begin in het leven is het halve werk.. Daarbij wordt samenwerking gezocht met de onderwijsinstellingen en andere organisaties zoals HomeStart, in de gemeente. Vroeg ingrijpen in proble-matische gezinssituaties past bij de keuze voor voorzorg boven nazorg.

Standpunten:

Goed begin is het halve werk

55. Betrokken en effectief

Jeugdzorg wordt vanaf 2015 een taak van gemeenten. Het CDA ziet volop kansen om de jeugdzorg eenvoudiger en effectiever te maken.
Het accent moet liggen op het voorko-men van problemen en vroegtijdige signalering als er iets misgaat. Het op peil houden van algemene jeugdvoorzie-ningen zoals de kinderopvang, jeugdge-zondheidszorg, scholen, sportclubs en jongerenwerk voorkomt dat te veel jongeren gebruik moeten maken van jeugdzorg.

62. Sport is gezond en vormend

Sportdeelname van jongeren is gezond en gaat overgewicht tegen. Daarnaast bevordert deelname aan sport teamgeest en leren jongeren zich inzet- ten voor elkaar. Het CDA stimuleert jeugdlidmaat-schap en kijkt samen met verenigingen naar mogelijkheden om jongeren van 16 tot 18 jaar actief te houden.

71. Alcoholbeleid

Bij veel gevallen van overlast speelt alcohol een rol. De leeftijdsgrens van 18 jaar voor aankoop van alcohol wordt streng gehandhaafd in samenspraak met de winkeliers. Bij evenementen wordt evenementenbier (met een lager alcohol-percentage) geschonken. Leeftijdsafhan-kelijke sluitingstijden worden in overleg met de horecaexploitanten ingevoerd. Voor alcohol en drugs is voorlichting aan ouders belangrijk om hen op hun verant-woordelijkheid aan te kunnen spreken.
Problematisch alcoholgebruik door jongeren onder de 18 jaar dient te worden aangepakt. De gemeente zal hierop samen met de ouders, scholen en de verkopers van alcohol (supermarkten, cafés, sportkantines et cetera) een proactief beleid voeren en optreden als de regels worden overtreden. Happy hours worden verboden.

89. Buurthuis van de Toekomst

Buurtaccommodaties belangrijke plekken waar bewoners elkaar kunnen ontmoe-ten. Er zijn in wijken veel verschillende accommodaties bijvoorbeeld voor sport, zorg, welzijn en onderwijs. Deze worden allemaal voor het afzonderlijke eigen doel gebruikt: het welzijnspand voor alleen welzijnsactiviteiten, sportaccommodaties alleen voor sport enzovoorts. Dit is niet efficiënt.

92. Sociaal, Cultuur en Educatiefonds

Maatschappelijke participatie van kin-deren in gezinnen met een minimum-inkomen wordt door de gemeente finan-cieel ondersteund. Gebruik van het bestaande SCE-fonds (Sport, Cultuur en Educatiefonds) wordt gestimuleerd. CDA vindt het terecht dat kinderen door hun kwetsbare positie eerder extra beroep kunnen doen op het SCE-fonds dan volwassenen. Belangrijk is het dat de regeling bekend worden bij de relevante doelgroepen en dat deze er dan gebruik van maken.