Meld u aan voor onze nieuwsbrief


Jilles en RolinkaBARENDRECHT | Volgend jaar wordt in het kader van de nieuwe Bijstandswet de “Verordening tegenprestatie” van kracht.

In gewoon Nederlands betekent dit, dat iemand iets voor de samenleving moet terugdoen als hij of zij leeft van een bijstandsuitkering. Het CDA is hier een voorstander van. De maatschappij mag best iets van de burger terugvragen. Ook staat in deze verordening dat mantelzorg een tegenprestatie is. De verordening spreekt over 8 uur per week maar is hier niet geheel duidelijk in. Er is een “adder” onder het gras. De tegenprestatie moet “naar vermogen” worden verricht. De grote vraag is wie dit “vermogen” gaat bepalen.

Wie hebben wij gesproken?

Een alleenstaande moeder in de bijstand van 48 jaar met opgroeiende kinderen van 14 en 16 jaar. Een van de kinderen heeft moeite met sociale contacten en vraagt extra aandacht van moeder. Zij vindt naast haar drukke gezin nog tijd om ongeveer 4 uur per week haar oude moeder van 87 jaar “na te lopen”. Zij stelde ons de vraag of dit voldoende tegenprestatie is. Of gaat de gemeente ook nog aan haar vragen of zij hiernaast maaltijden gaat uitdelen in een verzorgingshuis?

Een licht verstandelijk beperkte man van 46 jaar met een bijstandsuitkering die met incidentele hulp van zijn buren nog zelfstandig kan wonen. Dit kost hem wel veel energie omdat hij snel het overzicht verliest. Moet hij als tegenprestatie gaan sneeuwschuiven of bladruimen en hoeveel uur kan hij dit dan?

Waar komt de overige informatie vandaan?

De Verordening is vooralsnog de enige bron van informatie. Dit is juist het verontrustende. Het is tot nu toe alleen maar papier, en dit is geduldig.
CDA wil ervoor waken dat inwoners met een kwetsbare positie, waar bijvoorbeeld sprake is van gezinsproblemen of lichtere psychiatrische problematiek, uit hun evenwicht raken. De eis om een tegenprestatie te leveren kan dit, vaak fragiele evenwicht, verstoren.
Het gevolg zou kunnen zijn dat de bijstandsmoeder en de man met de verstandelijke beperking uit hun evenwicht raken en hierdoor juist meer WMO-voorzieningen nodig hebben van de gemeente.

Wat is het vervolg?

De verordening staat op de agenda van de raadsvergadering van 16 december as.
Het CDA zal een beroep doen op het college en uitvoerende ambtenaren om oog te houden voor onze kwetsbare mede-Barendrechters.

Onze fractie zal ook in 2015 ogen en oren openhouden en bewaken dat wij als gemeente een “sociaal gevoel als tegenprestatie” leveren.

Rolinka van der Graaff