Meld u aan voor onze nieuwsbrief


Deze woorden werden door CDA-fractievoorzitter Marianne van Wilgenburg-Beernink uitgesproken tijdens haar laatste raadsvergadering op 15 maart 2006:

Terugkijken op het lidmaatschap van de gemeenteraad gedurende 14 jaar vervult me met enige weemoed, maar ook met trots. Weemoed omdat ik nu niet langer een bijdrage kan leveren aan nieuwe ontwikkelingen en trots op Barendrecht dat weliswaar flink is gegroeid in die 14 jaar, maar waar het nog steeds goed toeven is. Bij die 14-jarige betrokkenheid kan ik nog wel 2 jaar optellen. Als lid van de steunfractie heb ik nagenoeg alle gemeenteraadsvergaderingen en dito commissievergaderingen bijgewoond.

In mijn raadstijd heb ik me bezig gehouden met uiteenlopende onderwerpen, van ruimtelijke ordening tot kinderopvang, van onderwijs tot financiën en van sociale zaken tot verkeer. Elke nieuwe raadsperiode luidde ook weer een nieuwe verdeling over de commissies in.

Het was een dynamische periode, waarvan het eerste deel in het teken stond van de stadsprovincie Rotterdam en de Betuwelijn en het tweede deel in het teken van de groei door de bouw van Carnisselande.
We bogen ons over de Lex Specialis en raakten er meer en meer van overtuigd dat grensoverschrijdende besluiten het beste genomen kunnen worden door een bestuur dat gekozen is door burgers en niet via een gemeenschappelijke regeling. Maar dit feest ging niet door. Rotterdamse burgers stemden massaal nee toen hen gevraagd werd om Rotterdam op te delen.

Ook de komst van de Betuwelijn zorgde voor de nodige vergadertijd en het bezoek van minister Maij-Weggen aan de gemeenteraad. Doordat we inzagen dat het beter was om mee te werken aan dit onvermijdelijke project sleepten we als onderhandelingsresultaat de 1500 m overkapping van de sporenbundel binnen. Maar zagen ook de karakteristieke entree van ons dorp verdwijnen doordat tientallen woningen zowel in Smitshoek als aan de Barendrechtse weg moesten worden gesloopt, waardoor de nodige burgers ergens anders gehuisvest moesten worden.

Maar de meest ingrijpende ontwikkeling in onze tot dan toe rustig groeiende gemeente was toch wel de aanwijzing als Vinexgemeente. Het poldergebied tussen Smitshoek en Barendrecht konden we niet langer open houden. Maar we gingen energiek aan de slag, organiseerden excursies in den lande om ons een beeld te vormen van de soort wijk die we wilden gaan bouwen. Een aantal jaren achter elkaar waren ook de raadsuitstapjes gericht op andere bouwlocaties en zagen we hoe we het beslist niet moesten doen. Dit heeft geresulteerd in een Vinexlocatie waar we best wel trots op mogen zijn.

De dynamiek had ook zijn invloed op ons functioneren als leden van de gemeenteraad. In het begin was één fractievergadering per maand meer dan voldoende, hadden we nog geen druk e-mailverkeer en duurden raadsvergaderingen soms opvallend kort.
Ik herinner me één raadsvergadering, geleid door de loco-burgemeester, waar ik om 10 voor half negen binnen kwam. Een vergadering van het partijbestuur in Utrecht was uitgelopen en ik had mij in 35 minuten naar Barendrecht gespoed. Daar aangekomen bleek de raadsvergadering 10 minuten daarvoor al beëindigd.
Dat het ook anders kan bleek uit een commissievergadering gehouden in de hal van het oude gemeentehuis, waar we ons o.a. bezig hielden met de geboorde fietstunnel onder de Oude Maas. We vergaderden tot half 2 ’s nachts onder leiding van (toevallig) dezelfde loco-burgemeester en keurden het plan af. Een paar maanden later keurden we het alsnog goed nadat Rijkswaterstaat op alle mogelijke manieren probeerde om ons toch over te halen. Waren we toen ’s nachts maar eerder opgehouden.
Gaandeweg gingen we steeds meer tijd aan ons raadswerk besteden, hielden we meerdere fractievergaderingen per maand en werd een intensief e-mailcontact onontbeerlijk. En zeker de laatste periode, waarin we probeerden om de handvatten van het dualistisch stelsel te leren gebruiken, heeft ons dat de nodige energie gekost. Kan een raadslid naast zijn of haar raadswerk nog wel een volledige baan hebben? Het lijkt steeds moeilijker beide te combineren.

Ondanks het feit dat de gemeenteraad groeide van 17 naar 23 leden en het aantal partijen van 5 naar 6 is de sfeer in de raad goed te noemen. Na een pittige discussie heffen we na afloop van de vergadering toch gezamenlijk het glas. Want…politiek moet ook leuk zijn. Er wordt bij onze vergaderingen het nodige afgelachen. Daar is een buurgemeente best wel jaloers op, heb ik van een raadslid van die gemeente vernomen. Bij ons geen toestanden waarbij partijen rollebollend over straat gaan. En tot nu toe heeft de manier waarop de partijen onderling en met de burgers omgaan er nog niet toe geleid dat plaatselijke partijen wortel hebben geschoten. En ik hoop dat dat zo blijft. Zeker als we er in slagen om transparant en duidelijk politiek te bedrijven, niet te intern gericht zijn en goed blijven communiceren met de burger.

Ik kijk met plezier terug op mijn raadsperiode en ga nu vanaf de zijlijn de verdere ontwikkelingen in ons dorp volgen.
Ik wil jullie allemaal hartelijk danken voor jullie collegialiteit en samenwerking en hoop dat ook de nieuwe raad en toekomstige raden in hun wijsheid beslissingen zullen nemen die de leefbaarheid van Barendrecht zal bewaren.

Marianne van Wilgenburg-Beernink
CDA-fractievoorzitter 2002 – 2006
CDA-raadslid 1992 – 2006